2005: zomer van depressies

Square

gezien vanaf de drooggevallen plaat

Depressies bepalen de zomer van 2005. De ene na de andere trekt over ons land en verziekt het toch al weinig stabiele zomerweer van Nederland. We maken er het beste van.

natte moesson  Het weer werkt niet erg mee, dit jaar. Juni was eigenlijk best goed, juli wisselvallig en bracht van alles variërend van een korte hittegolf tot een natte moesson. Augustus maakte iets duidelijk: Global Warming is een verzinsel! Nadat we een week hebben verklungeld hebben we uiteindelijk onze katten naar het pension gebracht en de boot bevoorraad. Op zaterdag 5 augustus maken we eindelijk los. We hoeven niet ver te gaan vandaag: gewoon naar een leuke ankerplaats in de buurt geeft al meteen vakantiegevoel. Na een nogal zwaar jaar hebben we onszelf een stressloze trip beloofd. Op het Volkerak blaast het windkracht 6. Daar hebben we helemaal geen zin in. We ritsen de kuip dicht en spelen motorboot. De tuigage is nog niet gecontroleerd omdat we nog geen meter gezeild hebben dit jaar, en we vinden windkracht 6 gewoon te veel om het allemaal weer uit te proberen. We doen een kort ‘ritje’. We gaan naar de ankerplaats net ten noorden van de Volkeraksluizen bij Willemstad. Er liggen tegenwoordig meerboeien Engelse stijl en we vinden er nog een vrij. Dat is prettig, want “de stront waait van de dijk” en de ankergrond is maar zozo. Maar onder de opper van het kunstmatige eiland Hellegatsplein liggen we redelijk beschut en we hebben een spectaculair mooi uitzicht over het Hollandsch Diep. En de volgende depressie komt er alweer aan!

helemaal geen zin in.jpg schitterend uitzicht over het Hollandsch Diep.jpg

gasten De volgende morgen ontdek ik (Peter) dat ik mijn paspoort in de auto heb laten liggen. Omdat we tegenwoordig dank zij Schengen (vrij verkeer van personen en goederen, jaja) geen meter meer van huis mogen zonder paspoort moeten we hulptroepen aanrukken. Alice (zus van Noud) en haar man Martin zijn zo lief om mij vanuit Bergen op Zoom even heen en weer te rijden. Ze blijven voor koffie, en hoe komt het toch dat dat altijd naadloos overgaat in borrelen?…We besluiten dat ze vanavond weer aan boord komen en dan een paar dagen meevaren. Het zijn geen zeilers, maar we gaan de ‘staande mastroute’ varen die ons via Dordrecht en Gouda naar Amsterdam of Haarlem brengt. Het is een leuke binnenoorroute waar altijd iets te zien is. Om 1 uur ’s-Middags vertrekken we naar Dordrecht. We halen de opening van de spoorbruggen van 4 uur. Dan via de Rietbaan naar Alblasserdam. De Rietbaan is een fenomeen. Toen ik vorig jaar schreef: ‘ dit kan alleen maar in Engeland’ bij het zien van allerlei halfvergane scheepswrakken in de pittoreske zetting van Pinn Mill, had ik het blijkbaar mis. Het kan ook in Nederland. We moeten ons haasten voor de opening van de verkeersbrug van Alblasserdam, dus we hebben nu geen tijd om de camera te voorschijn te halen en op ons gemak wat foto’s te maken. Misschien wel op de terugweg, wie weet. De Algera Brug in Krimpen opent volt en we gaan rap door richting Gouda. Het weer is verschrikkelijk. Niet zo heel koud, maar het komt met bakken uit de lucht. We houden de kuip’tent’ dicht en zijn weer motorboot. Nou ja, op deze route valt toch zelden of nooit te zeilen. De Julianasluizen gaan voor onze neus dicht. Maar na een minuut of twintig rondjes draaien mogen we erin. We hebben een hekel aan de twee dikke balken die tegen de sluismuren drijvend zijn bevestigd. Je krijgt er de stootwillen niet tussen en Heerenleed is nog geen twee jaar geleden geschilderd. Eenmaal door de sluis lopen we al snel vast voor de spoorbrug, een van de twee grote knelpunten in de route. Aan de wachtsteigers liggen ze al drie rijen dik, en Heerenleed is te groot om er vier van te maken. We vinden een plek naast een motorboot aan de loswal een stukje terug in het kanaal. Om 8 uur komen Alice en Martin aan. We nemen de tijd voor ons aperitief want we eten pas na half tien. Op dat tijdstip gaat de spoorbrug open en dan komen er altijd wel een paar fatsoenlijke aanlegplaatsen aan de wachtsteigers vrij. Nadat we de boot verhaald hebben gaan we aan tafel voor een uitgebreid souper. Jammer genoeg voelt Noud zich niet zo lekker. Hij heeft een fantastisch maal gekookt maar eet zelf nauwelijks. Hij gaat vroeg naar bed terwijl wij de afwas doen. Helaas. Geen walstroom dus geen vaatwasser. Nou ja. Met zijn drieën is het zo gedaan. Maandagmorgen draait de spoorbrug al om 6.15. Dat zien we niet zo zitten. We vinden half tien vroeg genoeg voor een vakantiereis. De meeste wachtende boten hebben we vroege opening wel genomen, dus ons konvooi is niet zo groot. Toch draaien alle bruggen in de Gouwe vlot. Dat is nogal ongewoon. In Alphen aan den Rijn moeten we veel langer wachten. Niet dat het allemaal veel uitmaakt, want we lopen uiteindelijk toch vast voor de bruggen in spoor en snelweg bij Sassenheim. Onderweg erheen trakteert de Braassem ons na de vorige en voor de volgende depressie op typische Hollandse landschappen, compleet met zeilboten, Ruysdael-luchten en windmolens.

de Braassem.jpg

naar haarlem Tegen vier uur zijn we bij de bruggen in Sassenheim. We kunnen er om kwart voor zes pas door. We hopen wel dat we Haarlem vandaag nog halen. De bruggen in de Ringvaart van de Haarlemmermeer draaien gelukkig gesmeerd en om 8 uur zijn we duur de laatste brug bij Cruquius, waar het beroemde stoomgemaal nog altijd mooi staat te wezen. We komen nog net op tijd aan in Haarlem om door de bruggen te worden gelaten het centrum in en kort na negenen meren we af aan de kade van het Spaarne. Tot onze grote vreugde is er walstroom, dus vanavond niet afwassen!. Noud is nog niet helemaal beter, maar hij eet wel iets en het blijft nog binnen ook. Dinsdag gaat het een stuk beter. Toch besluiten we een dagje te blijven liggen. Alice en Martin gaan na de lunch weer naar huis . Ik wandel met hen naar het station. Fantastisch. Haarlem is een juweel met prachtige oude architectuur. Het station is helemaal een plaatje. Het is niet verpest in de zeventiger-jaren moderniseringswoede en alles is nog intact, inclusief het schitterende houtwerk op de perrons. Dat kan niet gezegd worden van het stationsplein, waar een afgrijselijk parkeergarage middenop is gezet. Nou ja. Terug aan boord komt de hogedrukspuit tevoorschijn. De boot is echt vies en kan wel een schrobbeurt hebben. Ik hang de inlaatslang van de hogedrukspuit in het water naast de boot en het werkt nog ook. Ik voel me dus geen waterverspiller als ik zo de boot helemaal afspuit. Na een tijdje ziet Heerenleed er weer presentabel uit. We gaan uit eten. Noud voelt zich weer helemaal OK en we vinden een charmant restaurantje in de binnenstad. Na het eten maken we nog een wandeling door de stad. Niet alleen om al het moois te bewonderen: Noud zoekt naar de voorouderlijke winkel in de Anegang. Hij denkt inderdaad dat hij hem heeft gevonden.

Alice en Martin gaan weer naar huis.jpg

durgerdam Donderdag maken we een paar minuten voor negen los. Het helpt niet. We zitten muurvast in de modder. Toch moeten we varen, want het konvooi begint om negen uur. We breken met bruut geweld los, maar omdat een stootwil blijft haken breekt er een scepterpot af. We zullen de schade later wel opnemen, want nu eisen de nauwe doorgangen en smalle brugopeningen mijn hele aandacht op. De route leidt ons via de Mooie Nel naar Spaarndam. Dan door de sluizen het Zijkanaal C op, dat ons naar het Noordzeekanaal brengt. Zo komen we uiteindelijk in Amsterdam. De Sixhaven is de laatste jaren grondig op de schop geweest. Het resultaat is dat het nu een kale bende is en veel van zijn aantrekkingskracht voor ons heeft verloren. We willen er nu niet blijven. We gaan door de Oranjesluizen en de Schellingwouderbrug, want we willen naar Durgerdam, dat wil zeggen, als het kleine haventje plaats heeft voor een 48-voeter. Noud belt de havenmeester en die zegt: geen probleem. De aanloop van Durgerdam lijkt wat onduidelijk, maar uiteindelijk wijst alles zich, zoals altijd, vanzelf. Deze wateren mogen dan heel ondiep zijn, er is geen getijd en de bodem is vaak prut. De havenmeester geeft ons een comfortabele box. Dit is een heerlijk plekje om te zijn. De atmosfeer is heel landelijk, ongelooflijk dat zo’n plek kan overleven zonder door Amsterdam te zijn opgeslokt. Vanavond werken we aan de voorstag en zetten die weer eens op spanning. We controleren daarna de hele verstaging, want morgen gaan we het IJsselmeer over en het kan niet waar zijn dat we dat gaan motoren. We eten in de kuip. Die staat nu open aan de lijzijde. Want, geloof het of niet, het was vandaag bijna de hele dag droog. Geen depressie? We sluiten de dag af met een drankje in de kuip met blik op het juweeltje Durgerdam.

memorabel moment Vrijdag nemen we er ons gemak van en we gaan pas halverwege de ochtend weg. We zijn op weg naar Makkum, waar we Peter en Eveline ophalen. Daar komen we zeker vandaag niet aan, want er staat maar een klein briesje. We zetten koers naar Enkhuizen, dat moet makkelijk kunnen. Het is heerlijk om wee te zeilen. Dat was echt te lang geleden. We gaan niet erg hard, maar zo kunnen we nog wat meer met de Genua experimenteren. Met veel wind zou dat lastig zijn. We hebben een klein vaartje van een knoop of vier. Na een rustige tocht met spectaculaire maar dreigende luchten komen we laat in de middag bij Enkhuizen aan. We meren af in de Buyshaven. Wel wat verder lopen naar de stad dan de andere havens, maar – zo denken wij – een stuk rustiger. We laten de kuip vannacht open. Het was alweer bijna de hele dag droog vandaag. We drinken een glaasje bij zonsondergang, en die kunnen we zowaar ook zien vandaag. Een memorabel moment! We liggen tussen een aantal schitterende Lemsteraken en Heerenleed’s neus lijkt zowaar bescheiden tussen al die dikke schommels. Dan gaan we de stad in en nemen een afzakker in de laatste

zonnestralen. Er dreigt alweer een volgende depressie met dikke wolken, maar we laten de kuip open vannacht. We doen net of het zomer is!

onheilspellende luchten.jpg memorabel moment.jpg

makkum Op zaterdag is de verwachting Zuid 3 en af en toe een bui. Goede wind voor Makkum dus we verlaten Enkhuizen onder vol tuig. We hebben een zeekaart van het IJsselmeer, maar die stamt nog uit de middeleeuwen. Niet zo’n punt zou je denken, want er verandert hier niets meer sinds er geen getij meer is. Of wel soms… Dan begint de wind te klooien. Zuid? Hoezo zuid. Oost-noord-oost is het, en we kunnen Makkum nog maar nét bezeilen. Na een kwartiertje al niet meer. De wind wordt steeds noordelijker en wij worden steeds meer naar het noordwesten gedwongen. Gelukkig had ik eens ergens iets gelezen over een kunstmatig vogeleiland in het IJsselmeer. Anders had ik getwijfeld aan mijn verstand toen ik land vooruit zag dat daar volgens de kaart niet hoorde te zijn. Intussen had de beloofde windkracht 3 zich verdubbeld. Daar hebben we vandaag dus geen zin in. We strijken de zeilen en zetten de motor bij en zitten de twee uur durende rit naar Makkum uit. Normaal gesproken zeilen we liever dan dat we motoren, maar gelukkig heeft Heerenleed een krachtige motor en een dak boven de kuip om ons droog en beschut te houden. In Makkum staan Peter en Eveline ons al op te wachten bij de haveningang. Peter heeft een perfecte plek voor ons geregeld en in een wip liggen we vast en zitten we aan de borrel in de kuip van de Mannenmoed. We pompen de bijboten op want we gaan even het charmante stadje bezoeken en het is een enorme omweg te voet. Het weer verbetert en al snel zitten we op een terrasje tot we weer terug naar de haven gaan. Eveline besluit dat zij kookbeurt heeft. Dat staat voor een uitstekend maal aan boord van Mannenmoed. We hebben walstroom, dus onze vaatwasser maakt vanavond overuren. Voor morgen wordt er nog redelijk weer beloofd, waarna een volgende aanstormende depressie voor een paar dagen slecht weer gaat zorgen. Als die voorbij zijn belooft het weerbericht een periode met zomerweer. We willen naar Vlieland, maar we besluiten dat we eerst naar Harlingen gaan. Daar willen we dan blijven tot het weer verbetert. Harlingen een prachtige en charmante stad, en we vinden het geen straf om daar een paar dagen verwaaid te liggen.

avondschemering in Makkum.jpg

harlingen Rond de middag op zaterdag maken we los en verlaten Makkum. We moeten het tij halen als we buiten de sluizen van Kornwerderzand komen. De wind is een gerieflijke kracht 4, maar we zijn lui en zetten alleen de bezaan en de Genua. Op Mannenmoed komt er ook geen grootzeil aan te pas vandaag. Het Wad is grijs en leeg. Achter ons zien we de eerste buien van de beloofde volgende depressie al vallen. Erg onheilspellend, dat wel, maar het staat garant voor mooie plaatjes. Als we bij aankomst in Harlingen de lengte van de Heerenleed noemen, worden we naar de Zuiderhaven gedirigeerd. Dat is een nieuwe passantenhaven nu nog kaal en ongezellig. Mannenmoed moet naar de Noorderhaven vanwege haar lengte. Veel leuker, midden in het oude centrum. We doen wat boodschappen en zoeken de Mannenmoed op. Intussen heeft de havenmeester ons toestemming gegeven om toch ook in de Noorderhaven te gaan liggen. Er blijkt achteraf voldoende plaats te zijn. Peter en ik (Peter) gaan Heerenleed halen. Je ligt in de Noorderhaven aan stalen damwanden, en dat betekent meestal een hoep gedoe met stootwillen. Heel attent liggen er overal stootwilbalken op de kade, dus als je die tussen je stootwillen en de damwandhangt kan je niet veel gebeuren. Dus daarmee gewapend en lange landvasten liggen we al gauw stevig vast. Die stootwilbalken werken prima, we moeten ze nu toch echt zelf ook gaan maken. ’s Avonds komen Stijn en Niek, de kinderen van Peter en Eveline. Zij hebben vandaag gezeild in hun pas gekochte Waarschip kwarttonner. Morgen komen ze hier – dan met Waarschip – weer naar toe om een poosje met ons op te varen. Stijn gaat met Emilie, zijn vriendinnetje, het Waarschip halen, Niek blijft aan boord van de Mannenmoed. Vanavond is het diner aan boord van de Heerenleed, gelukkig met elektrische afwashulp. Heerlijk, walstroom! Intussenfluit het alweer in het want, de beloofde depressie is aangekomen. We zijn blij dat we hier lekker beschut in Harlingen liggen en niet voor anker in de open Vliesloot onder Vlieland. Zondag luieren we, we eten wat, we drinken wat, we lezen een boekje of we maken een wandeling. Stijn en Emilie zouden hier vandaag zijn aangekomen, mar Stijn heeft zich nogal misrekend in de afstand vanuit Workum,. Dat wordt dus morgen. Ondanks het rotweer is Harlingen heerlijk om te zijn. Je ruikt en proeft het Wad. ’s Avonds gaan we het wad ook letterlijk proeven als we een verrukkelijke tarbot gaan eten in een restaurantje aan de kade vlakbij. Maandag slapen we uit. We gaan vandaag nergens heen want we wachten op Stijn en Emilie met het Waarschip. Die heeft nog geen naam en er wordt naarstig gezocht. Tante Karel wordt overwogen, en zelfs voorzichtig Tante Teef. We zijn benieuwd wat het wordt. ’s Middags ga ik met Peter en Eveline een wandelingetje maken op de dijk langs de Boontjes om te kijken of ze er al aankomen. Na een uur zien we ze in de verte. De wind is weer eens genadeloos gedraaid en ze moeten kruisen. Met wind tegen tij zien we ze over het wad stuiteren. Maar eindelijk zijn ze binnen en afgemeerd naast Heerenleed en Mannenmoed. We worden al een aardige vloot.

het Wad is grijs en leeg.jpg de eerste bui.jpg Zusjes naast elkaar in de Noorderhaven.jpg stootwilbalken en lange lijnen.jpg de beloofde depressie is aangekomen.jpg

eindelijk zomer Disdag is het eindelijk zomer. We vertrekken rond het middaguur om een gunstig tij naar Vlieland op te pikken. Het wordt een heerlijk ritje. Niet erg veel wind, en nog altijd niet uit een richting waar we echt iets aan hebben, maar de Waddenzee is zonnig en vriendelijk en de eilanden liggen te blinken in de verte. Als we bakboorduit de Vliesloot indraaien zien we het al. De haven van Vlieland ligt bomvol. Daar willen we echt niet heen. Niet dat we dat van plan waren: sinds vorig jaarweten we beter. De ankerplaats tegenover het dorp is de mooiste van Nederland. We trekken het anker er krachtig in en dan komen Mannenmoed en het kwartonnertje langszij, ieder aan een kant. Wij liggen achter een zwaar CQR anker en steken altijd veel ketting, dus dat kan gemakkelijk. Dan worden de bijboten opgepompt en het gezelschap gaat aan wal. Ik blijf aan boord. Ik wacht altijd graag twee kenteringen af voordat we de boten aan hun lot overlaten. Maar ik vind het niks erg. Ik lig hier eerste rang-met-blik-op….Ik doe wat opruim- en schoonmaakklusjes en zie hoe de anderen de bijboot weer naar het water dragen en mijn kant weer opkomen. Een kwartiertje later zijn ze er. De drank komt tevoorschijn en er beginnen heerlijke geuren uit de kombuizen op te stijgen. Het diner is in de kuip van de Heerenleed. Dat past net en we willen geen minuut van het uitzicht missen. Na het eten verspreidt het gezelschap zich over de verschillende boten. Maar Eveline en Peter blijven bij ons op de Heerenleed. Langzaam zakt de zon onder de horizon. De kleuren veranderen langzaam van helder blauw naar paarsgrijs. De vuurtoren komt tot leven en een eenzame meeuw roept nog. Intussen is het tij gekeerd en we liggen nu weer met de kop in de wind. Dat is maar goed ook, want het werd wat kil. Nu zitten we weer beschut omdat Heerenleed een kuip heeft met glas aan de voorkant en een dak. Zo kunnen we nog wat blijven hangen. Nu aan bakboord de donkere vorm van het eiland en aan stuurboord het wad zo ver als je blik reikt. In de verte hier en daar een draaiende lichtbundel. Het zijn de vuurtorens van Den Helder en van Texel. Verrukkelijk…

gezien vanaf de drooggevallen plaat.jpg eerste rang met blik op....jpg de vuurtoren komt tot leven.jpg

zomer houdt aan Het is woensdag en de zomer houdt aan! Er is wat meer wind gekomen, maar het anker is goed ingegraven en we liggen als het spreekwoordelijke huis. Ik neem de bijboot en maak wat foto’s vanaf de drooggevallen plaat. De familie Hofman met alle aanhang wil naar het strand. We spreken af aan het eind van de middag op de ‘landingsplaats’ voor een drankje op een terras. Intussen proberen we met een benzinegeneratortje dat Peter heeft kunnen lenen de accu’s op te laden. Maar onze acculader is te zwaar en de generator trekt het niet. e huishoudaccu’s zijn al een poosje een beetje verdacht, zonder dat we tot nu toe echte problemen hadden. Maar na bijna twee dagen voor anker begint de stroomvoorraad op te raken. Nou ja, in het ergste geval stopt de koelkast ermee. Het is niet zo heet dat dat meteen problemen zou opleveren. Om vijf uur gaan we aan wal. De anderen staan al op de landingsplaats te wachten. Dat is een plek in de ‘oksel’ van de pier van de veerboot. Een uur of drie aan weerskanten van hoog water is hier een stevig zandstrandje zodat je niet door de modder hoeft te waden om naar het eiland te komen of er vanaf. Dit zou het gemeentebestuur van Vlieland nog wel eens kunnen verbeteren. Een echte landingsplaats Engelse stijl zou hier heel welkom zijn. Vanavond eten we aan boord van de Mannenmoed. Het is nog steeds een system waar we van houden: om de dag heft elke boot kookbeurt, en als je die niet hebt, dan ben je ook echt vrij, geen boodschappen, geen afwas, nee echt vakantie. Alleen met walstroom (lees vaatwasser) gebeurt de vaat voor het grootste deel aan boord van de Heerenleed. Als we later die avond nog een afzakker nemen in de kuip van de Heerenleed voelen we dat het ineens kil wordt. Morgen gaan we terug naar het IJsselmeer want er komt een volgend front aan. We moeten trouwens toch langzamerhand aanstalten maken om weer naar het Zuiden te gaan.

de zomer houdt aan.jpg platbodems wachten op het tij achter de Richel.jpg afscheidscsadeautje van het Wad.jpg

50 knopen wind Medemblik, besluiten we vrijdag. We hebben een zwak voor het stadje, maar we komen er te weinig. Er is niet veel wind, maar we gaan toch maar zeilen. Zo ver is het niet. We worden beloond voor onze experimenten met de genua. Door een betere spanning op het voorlijk kunnen we hoger aan de wind en houden we dan ook beter onze snelheid. Zoals zo vaak deze ‘zomer’ geeft de wind er al gauw de brui aan. We drijven nog een poosje door, maar het duurt niet lang eer we de Genua inrollen en de motor toch maar op een klein toerental bijzetten. Intussen is het IJsselmeer prachtig. Het licht is goud, en langs de horizon loop teen zilveren rand. Langzaam verandert het goud in opaal, en het zilver in grijs. Dit is al een poosje aan de gang als we het ineens niet meer vertrouwen. We laten het grootzeil zakken maar laten de bezaan nog maar even staan. In de verte zien de we Mannenmoed ook haar zeilen strijken en de motor starten. Achter haar vermoeden we in de verte het kwarttonnertje maar dat kunnen we niet goed zien. Plotseling kleurt het water voor ons als lood. In een paar seconden staat er 35 knoop wind. Die houdt een moment aan en dan neemt hij nog toe tot een krijsende 50 knopen. Doe kracht houdt aan voor tien volle minuten. Ik worstel om de bezaan te bergen voordat hij aan flarden waait. We houden de boot langzaam gaande met de kop op wind en zee, gelukkig is dat ook de richting waar Medemblik ligt, en benijden intussen de Hofmannen niet, die geen dak boven de kuip hebben zoals wij op de Heerenleed. Als we de haven binnenvaren neemt de wind af. Dat is maar goed ook, want met zoveel wind valt er niet te manoeuvreren. De enige veilige optie zou geweest zijn om voor anker te gaan onder de opper van de wal. We krijgen een luxueuze plek aan een zijsteiger. Als we liggen komen de Mannenmoed en het Waarschip ook veilig binnen. Na een ‘schrikborrel’ aan boord van de mannenmoed gaan we het stadje in en strijken neer in een gezellige kroeg. Hier wordt eindelijk de naam voor het waarschip gekozen: Xrijx. Waar dat vandaan komt? Geen idee. Het komt uit de jongensjaren van Peter Hofman. Vanavond kookt Eveline. Wij hebben walstroom, dus de vaat doet onze elektrieke Truus. We besluiten dat we morgen naar Hoorn gaan. Dat is ook een van onze favorieten, vooral ook omdat je er voor anker kunt. De ankergrond is wel niet ideaal, maar de ankerplek zelf is heel beschut. Zaterdagmorgen gaan Noud en ik eerst naar de visboer. We willen vanavond als afscheidsmaal mosselen eten. Omdat we natuurlijk niet weten hoe laat we in Hoorn aankomen kopen we ze liever nu. Dan zetten we zeil. Er staat een NNW kracht 4. Het eerste deel zeilen we fantastisch bij-de-wind. Het tweede stuk naar de sluis bij Enkhuizen is plat voor de lappen. En na de sluis een comfortabele bakstagswind bijna helemaal tot Hoorn. Het bezaan-stagzeil komt erbij. Zo droogt het ook eens lekker, en bovendien halen we er toch dat extra halve knoopje uit! We besluiten om los van elkaar te ankeren, want ik vertrouw hier de ankergrond niet echt. Uiteindelijk bleek het erg mee te vallen, maar we nemen toch het zekere voor het onzekere. Het geklooi met de bijboten heeft natuurlijk weer zijn charme. Voor het eten maken we met de bijboot van de Mannenmoed een stadsrondvaart. De stad is schitterend. En het is natuurlijk een bak om dat met je eigen bijboot te kunnen doen. De mosselen smaken erg goed dit jaar. Als we ze hebben verorberd gaan we weer aan wal voor een kopje koffie – dat natuurlijk al vlot de Ierse nationaliteit heeft aangenomen. Het valt ons wel op dat er midden in de zomer al zoveel kroegjes zo vroeg dicht zijn. We zitten hier toch niet in de Bible-Belt?

de ankerplaats van Hoorn.jpg

escorte Zondagmorgen nemen we afscheid. Mannenmoed en Xrijx blijven op het IJsselmeer, wij moeten langzamerhand weer naar het zuiden. Er staat erg weinig wind en de motor moet het werk doen. Het weer blijft nog aardig goed. We motoren voorbij Het Paard van Marken en komen tenslotte bij de Oranjesluizen bij Amsterdam. Sail 2005 viert haar laatste dag en dat is te merken. We zetten ons schrap voor een gigantische wachttijd aan de sluizen, maar dan wordt er een schutting gedaan in een grote beroepskolk en we zijn in no time op het IJ. Het is er bomvol. We moeten nu zien dat we voorbij Amsterdam komen. Met zweet in de handen stuurt Noud ons achter een binnenvaarttanker die met een politie-escorte door de massa wordt geloodst. Eindelijk zijn we uit de drukte en is het tijd voor een stevige borrel om te vieren dat we zonder schade door de menigte boten zijn gekomen. We drukken door tot Haarlem waar we om acht uur ’s avonds afmeren vlak bij de plek waar we ook op de heenweg lagen.. We gaan nu langszij een motorjacht, want we willen niet weer in de modder vast komen te zitten.

Sail 2005, wel indrukwekkend.jpg

rietbaan Op maandag nemen we de staande mastroute naar het zuiden en zonder problemen komen we vroeg in de avond aan in Gouda voor de spoorbruggen. We vinden een perfecte plek voor de nacht aan een wachtsteiger. ’s Avonds stortregent het. De zomer lijkt voorbij. Dinsdagmorgen gaan we om 9.20 door de bruggen. We worden volt de Julianasluis doorgeschut en hoeven maar een half uurtje te wachten aan de Algerabrug in Krimpen. Dan moeten we tegen een sterke stroom in naar Alblasserdam. We kunnen bijna meteen door de brug en kruipen dan snel weer de Rietbaan in waar de stoom maar zwak is. We moeten een uurtje zoetbrengen voordat we door de spoorbruggen in Dordrecht worden gelaten. Dus komt de camera te voorschijn en we leggen vast waarvoor we op de heenweg geen tijd hadden. De Rietbaan is echt mooi van lelijkheid! Dan gaan we door de Dordtse bruggen en kunnen eindelijk weer zeilen op de Dordtse Kil. Het is plat voor de wind, dus het gaat niet erg hard. Als we eenmaal op het Hollandsch Diep zijn wordt het een bakstagswind, later halve wind en tenslotte zeilen we bij de wind. En weer zijn we erg tevreden over Heerenleed’s gedrag onder zeil na onze genua-experimenten. Als Willemstad in zicht komt worden we opgebeld door onze goede vriend Bram. Hij heeft een tafel besproken in Willemstad. Leuke verrassing!

mooi van lelijkheid.jpg kan dus ook in Nederland.jpg

thuis Als we al plannen hadden gehad om nog leuk ergens op een mooie plek voor anker te gaan (de Krabbenkreek voor St. Annaland is een favoriet) dan worden we door het weerbericht ruw uit onze droom gewekt. Er komt een nieuwe depressie aan, met dikke wind aan en – hoe kan het anders – regen. We gaan naar ‘huis’ Bram vaart met Lian achter ons aan met de ‘Willem Eggert’, een Dufour 35. Ze komen een nachtje bij ons langszij liggen. Als de wind later door het want begint te fluiten zijn we blij dat we op onze eigen stek liggen, met een dijk met bomen die ons beschutting geeft. De waterlelie staat in bloei. Dit is ook prachtig. Op donderdag halen we eerst onze katten terug uit het pension. Ze zijn natuurlijk boos, net als anders, maar eenmaal in hun eigen omgeving zijn ze het leed gauw vergeten. De latste depressie is voorbij, de vakantie ook, dus het mooie weer begint. Klassiek patroon! De wereld is weer in orde!
het leed geleden.jpg ook dit is prachtig.jpg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.