22 bies opnieuw in de goudverf.jpg

Het Leed van Heerenleed

dubbele bodem De naam Heerenleed herbergt, zoals u natuurlijk al vermoedde, een dubbele bodem. Het “heeren” gedeelte leest u natuurlijk op de pagina De Heeren.

Het “leed” gedeelte is natuurlijk tweeërlei: een ironisch bedoeld leed, dat te beluisteren valt in opmerkingen van voorbijgangers in de geest van : “nou, als dat lijden is dan wil ik ook wel een rondje…” en het letterlijke “leed”: de ontelbare klussen die ons te wachten stonden toen we Heerenleed kochten. Gedeeltelijk zijn ze uitgevoerd, maar een aantal moet nog gebeuren en er komen altijd weer nieuwe bij. Voorheen hadden we hier een lijst, maar die werd zo lang en onoverzichtelijk dat we die maar hebben weggehaald.

romp Een van de grootste klussen, en dat zijn meteen de klussen waar veel mensen erg tegenop zien is het schilderen van de romp. Dat was nodig, want de Heerenleed heeft jarenlang in Griekenland gelegen, en er zat overal ernstige UV-schade in het polyester. Dat uit zich door een poreus wordende toplaag, met kleine scheurtjes en krasjes waarin het vuil zich heerlijk thuis voelt. Zodra je merkt dat poetsen nog maar een week of twee effect heeft, is het tijd om te gaan schilderen. Wij hebben we in 2001  de romp al gedaan, waarbij we de van oorsprong witte boot nu in onze ‘eigen’ licht blauw-grijs-groene kleur hebben geschilderd. De Engelsen noemen het Powder Blue. Wij rekenen het goed. We hebben de verf aan de hand van een stukje polyester dat we moesten wegzagen uit onze vorige boot, de Nicholson 35 die dezelfde kleur had, laten namaken door De IJssel, en die kunnen dat heel goed.

opbouw In 2013 is dan dan de opbouw aan de beurt. Dat lijkt eenvoudiger, maar het is dat niet. Er zitten allerlei onderdeeltjes die moeten worden verwijderd of afgeplakt, allemaal heel tijdrovend. Het ergst van alles is het voorbereidende werk, het schuren, plamuren  gronden, weer plamuren, weer schuren en uiteindelijk alles afplakken dus en met aceton ontvetten. Het eigenlijke schilderwerk (Noud is daar gelukkig erg goed in) neemt per laag ongeveer 2 a 3 uur in beslag. We zetten er vier: twee kleurlagen en twee transparante lagen. Op het blog kont u binnenkort lezen hoe het allemaal is gegaan.

Een andere grote klus is het verwijderen van het teak dek geweest. Wij konden ons een nieuw teak dek niet veroorloven, en vinden bovendien dat je puur voor het mooi van de boot – een teak dek is niet echt functioneel meer te noemen – een boom van misschien wel 200 jaar oud moet laten omhakken. Toch moest er wat gebeuren, want het teakdek van Heerenleed was al op toen we haar kochten, en als je wacht tot het gaat lekken is het leed niet meer te overzien. We hebben daarom als alternatief gekozen voor Marinedeck, een kurkproduct, stroken van kurkgranulaat geperst met kunsthars. Het ziet er eigenlijk goed uit, is anti-slip en heeft een hoge isolatiewaarde, zowel thermisch als akoestisch. Daarnaast is het gewicht een fractie van een teakdek. We lazen in ‘Zeilen’ hier ooit een artikel over, dat, heel vermakelijk, het teakdek qua gewicht zo omschreef: je hebt dan een koe aan dek.  Het verwijderen van het oude dek was nog het meeste werk. En het vervelendste. De Marinedeck-stroken zijn prima zelf te leggen. Snijden met een cutter, en buigen kan tot een behoorlijk kleine radius, 

Een andere klus die voor veel zeilers een nachtmerrie is, is het vervangen van ramen. Wij hadden er ook problemen mee. We hebben het al eens gedaan, maar de kwaliteit van het lexan dat door een kennis goedkoop werd geleverd was navenant. We moeten het na tien jaar dus weer doen. Nu zitten wij altijd al onder de kit, nog voor de tubes zelfs maar open zijn. En daarbij waren de gekitte ramen vaak niet eens waterdicht, Nee, wij zijn geen vrienden van Sika of aanverwanten, Ongetwijfeld prima producten, maar wij kunnen er niet mee omgaan. Na lang wikken en wegen hebben we nu de twee lastigste (want zeer gebogen) ruiten met behulp van rubber afdichtband in hun sponning gezet. De tuinslangproef bewees: truc gelukt, dus dat leed is voorgoed geleden. Wie precies wil weten hoe we dat hebben gedaan kan het binnenkort lezen op ons blog, of anders een mailtje sturen (zie ‘contact’)  , dan leggen we het graag uit. 

Tenslotte noemen we de behandeling tegen osmose van het onderwaterschip. Daar wordt spannender over gedaan dan nodig. We hebben Heerenleed’s buikje in het najaar van 2011 en het voorjaar van 2012 onder handen gehad. heet verwijderen van oude lagen was nog het meeste werk. We hebben er drie lagen epoxy op gezetk geleverd door de firma Duursma uit Wolvega. De laatste was gebroken wit, en die werd bruinig van de aanslag na een kort seizoen in Friese wateren. De hebben besloten om een vierde laag te zetten, maar ditmaal zwart, zodat Heerenleed bij wat helling onder zeil gerust haar buikje mag laten zien. Geen bruingevlekt onderwaterschip meer.

Heeft u vragen over speciale problemen aan uw Nicholson? Geheid dat we het al eens onderhanden hebben gehad. Behalve motoren, daar doen we niets zelf aan. Al het andere zou zomaar in onze verzameling ervaringen kunnen zitten. Vraag gerust.