2004: Glorious Mud

Square

Pinn Mill, de Butt and Oyster

Glorious Mud. In de zomer van 2004  beleven we de heerlijkheden van de getijderivieren aan de oostkust van Engeland. Heerlijke Modder is een kreet die we nu goed begrijpen.

geen vast plan  Zoals al vele malen eerder gaat de reis dit jaar, samen met Peter en Eveline Hofman en hun zonen Stijn en Niek naar het onbekende. Wij hebben nooit veel vaste plannen. We hebben te vaak chagrijnige smoelen gezien in Vlissingen, van mensen die vast van plan waren om naar de Engelse zuidkust te gaan en na een weekje zuidwest zes nog altijd in Vlissingen lagen te wachten op beter weer. Als dat dan eindelijk kwam was de vakantie al te ver voorbij voor zo’n reisje. Dat doen we dus niet. We bepalen per dag wat er kan en, vooral, wat er leuk is.

naar het noorden Dit jaar hebben we een gast aan boord: Bram. Gezellig. We vertrekken op maandag 26 juli. Zoals altijd moet er nog het een en ander gebeuren voordat we weg kunnen (gasflessen, water tanken, boodschappen) zodat we niet vroeg zijn. Maar wel precies op tijd voor de spoorbrug in Dordrecht van zes uur. Daarna sluit het lekker aan bij de bruggen van Alblasserdam en de Algerabrug over de Hollandse IJssel. We gaan namelijk richting noorden, via de Staande Mastroute om ons ergens in Friesland bij de Mannenmoed te voegen. Ze hebben nogal wat oponthoud gehad met het aanbrengen van hun nieuwe voetrail en liggen nog maar net in het water. Om half tien lopen we, anders dan vermeld, vast voor de spoorbrug in Gouda. Geen probleem, morgen is er tijd zat. We gaan al om 06.00 uur door de brug, en komen op ons gemak om 12.00 uur aan voor de brug bij Schiphol, waar we om 13.00 uur door kunnen. Dan liggen we lekker de hele middag voor de Nieuwe Meer-sluis, waar we de belettering op de boot plakken en de zilveren biezen. We, nou ja, Noud dan.
Dan om middernacht de sluis door en in konvooi naar de Houthaven. Voor de spoorbrug hebben we nog een klein incident met de G3, als we door spuien tegen een muur verdagen, waar toevallig ook de G3 tegen ligt. Die heeft wat schade, hoewel we denken dat de eigenaar lichtelijk overdrijft. Maar goed….. Onze vlaggenstok hangt daara op half zeven, gelukkig kunnen we volstaan met er tien cm. af te zagen. We blijven lekker in de Houthaven liggen, nachten doorhalen staat nog niet op de verlanglijst.
Woensdag 28 juli gaan we door naar Enkhuizen. Er staat maar weinig wind, maar we hebben geen zin om te motoren. Het beetje wind dat er staat is natuurlijk tegen, dus we kruisen. Aan het einde van de middag door het nieuwe Naviduct (in ons eentje, lekker vlot) en een half uurtje later meren we af in de Buyshaven. Donderdag gaan we, weer met weinig wind, maar wel een bezeilde koers, naar Stavoren. We gaan naar binnen, omdat de Mannenmoed onderweg is van Drachten naar de Fluessen. Zo tegen zevenen zien we ze in de verte aankomen. We laten ze snel onze mooiste kant zien door naar stuurboord uit de geul te varen en we ankeren met nog een centimeter of 20 onder de kiel. De ankergrond is niet geweldig, maar er staat geen wind en we wagen het er maar op. Mannenmoed langszij en het wordt een vrolijk weerzien.

Bram.jpg op de fluessen.jpg

wadden Vrijdag weer terug naar het IJsselmeer, we gaan naar Makkum want Eveline merkt, dat de kuiptafel nog thuis staat. In Makkum, hun thuishaven, staat haar auto, dus na aankomst rijdt ze met Noud naar Drachten. De tafel wordt gehaald, en maar weer eens een ongelooflijke hoeveelheid voer en drank. Zaterdagmorgen besluiten we: Vlieland. Schijt aan de altijd volle haven: we gaan gewoon voor anker. Van onze Engelse vrienden Ray en Teresa hebben we geleerd dat je op de meest idiote plekken gewoon voor anker kunt, dus dat gaan we doen. We zeilen naar Vlieland (op een iets te oude kaart, want van de boeien klopt niet veel meer), komen langs de bomvolle haven (hier willen we niet eens liggen) en gaan voor anker in een meter of zeven iets westelijk van het dorp. Dit is de mooiste ankerplek van de hele wereld. En wat een weer hebben we…We blijven lekker een dagje liggen, iedereen gaat wandelen (behalve Peter Groen, want die heeft last van zijn rug en blijft aan boord, dan hebben we meteen een ankerwacht) en we genieten. Dit is vakantie. De bijbootjes liggen hoog en droog op het zandstrand als de wandeling begint. Jammer genoeg blijkt die over te gaan in een slijmerige modderbank bij het weer te water laten aan het einde van de middag. Je kunt niet alles hebben.
Maandag gaan we naar Oudeschild. We besluiten om over het Wad te gaan, dan zien we nog wat. Er is niet veel wind, maar als we eenmaal de hoek om zijn voor Harlingen kunnen we zeilen. De spinnaker gaat erop, en we zeilen verder de hele afstand naar Oudeschild. Vlak voor de haven wordt onze aandacht getrokken door een motorbootje met een motorproblemen (waarschijnlijk gewoon brandstof op en niet goed gekeken) we slepen ze maar naar binnen. Daar melden we ons bij de havendienst via VHF. Die zeggen dat we worden opgevangen door de havenmeester. Dat blijft een vijftienjarig joch te zijn, dat het sleepje niet mag overnemen van de hoofdhavenmeester. We maken flink stennis en droppen het motorbootje op een plek, waar even later het minihavenmeestertje komt zeggen dat hij daar niet mag liggen. Even zo vrolijk vaart hij wel in een overgemotoriseerd rubberbootje waar je een vaarbewijs voor moet hebben, en dat kan hij dus niet hebben op zijn vijftiende….Er klopt niets van hier in Oudeschild. We meren af langszij de WM1, een visserschip dat de volgende morgen vroeg het dok in moet. Een uitermate vriendelijke visser, die zich zorgen maakt over het op tijd weg kunnen met twee keer vijf jachten langszij. We verzekeren hem dat we om 8 uur klaarzitten zodat hij om half negen echt weg kan. ’s Avonds onze traditionele wekelijkse maaltijd aan de wal, in het oude veerhuis op de kop van de haven. Het eten was redelijk goed, de prijs niet al te exorbitant, en in elk geval was het, zoals altijd erg gezellig.

gezusterlijk voor anker.jpg idyllische ankerplaats.jpg wandelen-op-Vlie.jpg de landing op Vlieland.jpg

nachtoversteek Dinsdag gaan we naar IJmuiden. We willen eigenlijk naar Engeland, en we zijn er , denken we, aan toe om onze eerste serieuze nachtoversteek te maken. Alleen….we hebben de juiste kaart niet, en daarom moeten we naar IJmuiden om die te kopen. Seaport Marina in IJmuiden reageert prompt op onze oproep, maar wijst ons een plek aan die al vol is. Dat doen ze bij vrijwel iedereen. De haven begon als overgeorganiseerd maar is nu toch aan het verpauperen, zeker als je het gevraagde liggeld van 28 euro in ogenschouw neemt. Maar goed, de kaarten kunnen we de volgende dag kopen en om elf uur gaan we. We vinden het vrij spannend, maar zien er ook weer niet echt tegenop. De Spi gaat erop…Jammer van de BH, nog jammerder dat Peter Hofman en Stijn klaar zaten met de camera. Als hij staat ziet het er goed uit en we sjouwen met een knoop op vijf pal west. Tegen het einde van de middag ligt de Mannenmoed vrij ver voor, maar dan gaat het doorwaaien en lopen we hem met 7 à 7,5 knopen in en gaan haar tenslotte voorbij. Eveline vond het een prettig idee om wat bij elkaar in de buurt te blijven tijdens de oversteek, dus we strijken de spi en gaan verder op vol grootzeil, bezaan en genua. Het werd trouwens toch tijd om de spi te strijken, want de stuurautomaat trok het niet meer en de wind was langzamerhand naar 15 knopen opgelopen. Het was goed dat we Bram erbij hadden, want zo krijgen we de spinnaker zonder grote problemen benedendeks. De wind zakt dan langzaam in. De Mannenmoed vervangt de genua voor een werkfok en steekt het eerste rif. Wat loopt ze toch hard bij licht en middenweer. Een lust voor het oog. Wij zijn met onze twintig ton wat zwaar voor weinig wind, toch lopen we de hele nacht door onder vol tuig en bij een bakstagswind komt de snelheid zelden onder de vier knopen en soms over de zes. Als we op woensdagmorgen 03.00 uur door de meest westelijke Diep-water route zijn, ligt de mannenmoed wat verder voor en ietsje noordelijker. Dan verliezen we ze uit het gezicht. Na aankomst blijkt dat ze een dik uur in een mistbank zaten. Dan plotseling zien we elkaar weer. Inmiddels hebben eerst Bram, dan Noud een paar uur slaap genomen, om vijf uur is het Peters beurt. Hij wordt om kwart voor zeven (scheepstijd) wakker omdat de schroefas draait. Heerenleed heeft een hydraulische keerkoppeling, daarom moet de schroefas tijdens het zeilen op de rem. Kennelijk was die niet vast genoeg aangedraaid. Eenmaal wakker kon er van slapen geen sprake meer zijn. De wind is vrijwel weg en het tuig staat te slaan en te klappen, een kabaal waar horen en zien je bij vergaat. Ook is het mistig. De oorspronkelijke bestemming is Great Yarmouth. We hebben telefonisch nog net met Nederlands signaal Teresa gemeld dat we eraan komen. Zij en Ray hebben een weekje vakantie (wisten we niet eens) en onze komst laat Teresa prompt haar plannen wijzigen: ze gaat mee aan boord komende week, en zo hebben we dus een loods om de lastige rivieringangen te bevaren. Als we bij de Corton oostcardinaal komen, is er geen spoor van de Mannenmoed, die toch per VHF meldt dat ze de boei zo ongeveer kunnen aanraken Blijkt dat zij bij de South Corton liggen, anderhalve mijl verder. Ze wachten op ons, en na een kwartier doemen ze vlakbij plotseling uit de mist op. Lang leve de GPS. Zonder dat apparaat zou dit link zijn. Eenmaal binnen de banken besluiten we niet naar Great Yarmouth te gaan, maar naar Lowestoft. Daar is nu de accommodatie een stuk beter volgens info van Teresa. Klopt ook, er zijn steigers, en na een lastige draai (we merken dat we vergeten zijn de bezaan te strijken, komt ervan als je niet een behoorlijk wachtschema hebt maar denkt dat je wel allemaal kunt wakker blijven) liggen we luxueus in een box. Het is donderdagmorgen 11 uur.

oeps met rand.jpg onder spi op de Noordzee.jpg het clubhuis in Lowestoft.jpg

bevoorrading Op vrijdag hadden we door gewild naar Pin Mill aan de Orwell, maar het is 35 mijl en we zijn te laat in het tij. We blijven lekker een dagje liggen. Eveline heeft kookbeurt en zet ons een verrukkelijke rijsttafel voor. We hebben gewoon vakantie, als vanouds. Mannenmoed en Heerenleed zijn, zoals het hoort, een dodelijke combinatie als het over victualiën en spiritualiën gaat. Wat kan’ t schelen…. Op zaterdagmorgen komt Teresa op de koffie. Ze brengt een schandelijke hoeveelheid vlees mee, gammon steaks, pork joints, bacon, heerlijke echte engelse worstjes, noem maar op. Ze koopt dat bij een plaatselijke slager die nog zelf slacht, en ze herinnert zich van de vorige keer dat we het allemaal erg lekker vonden. Ditmaal is de hoeveelheid echt schandalig groot, hier kunnen we dagenlang met z’n allen van eten. Wat uiteindelijk ook gebeurt. Teresa en Ray hebben even een paar lastige programmapunten met kinderen die moeten feesten en auto’s die na een keuring gerepareerd moeten worden, maar we spreken af op maandagmorgen aan de Orwell. Dan zien we wel, maar waarschijnlijk gaan we onder leiding van Ray de Ore en Alde op. Heerlijk, een privé-loods om ons over ‘bars’ en langs de modderbanken, de Glorious Mud van Oost Engeland te helpen…..

pin mill Om twaalf uur gaan we de haven uit en richting zuid. Aanvankelijk niet bezeild, dus we laten de motor bijstaan om het tij niet te laten verlopen. Eenmaal voorbij Orfordness is de koers bezeild en lopen we 6,5 knopen op het staartje van het tij. Nog een mijl of zeven naar Cork Sand Cardinal, dan de Orwell op naar Pinn Mill Bij Landguard Point kakt de wind in. De motor gaat bij (zo hebben we meteen weer warm water om te douchen) en om een uur of zeven pikken we een mooring op bij Pinn Mill. Een vriendelijke Engelsman gebaart vanaf zijn jacht welke moorings er volgens hem vrij zijn. De bijboten worden opgepompt en al spoedig komt het Mannenmoed-gezelschap aan boord voor de borrel en het diner. Voor het eerst eten we op de Heerenleed binnen. Met zeven man zitten we onverwacht ruim aan tafel. We besluiten de volgende dag te blijven liggen. We willen wat wandelen, en een beetje rondstruinen in het rustieke Pinn Mill hoort erbij. Het is nog steeds prachtig weer.Zondagmorgen gaat Noud met Bram informeren of we aan onze moorings kunnen blijven liggen. Mr. Ward, die vroeger de chandlery had, heeft zich min of meer teruggetrokken, maar de boeien doet hij nog steeds. Hij is er niet, en hij kan telefonisch ook niet bereikt worden. Hij komt wel langs om het liggeld te innen. Voorlopig kunnen we ervan uitgaan dat onze moorings vrij zijn. Dan gaan we met een gerust hart aan de wandel. Pinn Mill is natuurlijk een bezienswaardigheid op zich. Het is niet zozeer een plek zoals Bucklers Hard of Beaulieu aan de Engelse Zuidkust, die een soort toonbeeld van oud-Engelse popperigheid zijn, maar veel authentieker. Inclusief – dit kan alleen maar in Engeland – een rij met wegrottende werkschepen die wij onbewoonbaar verklaarde woning zouden noemen, maar die in werkelijkheid woningen zijn. Ze liggen langzaam te vergaan, elk in een door vele jaren uitgesleten bed in hun eigen ‘glorious mud’. Het hoort er allemaal bij. We hopen niet dat er ooit een stel yuppen komen, die alles “netjes” maken (wat een afschuwelijk woord eigenlijk), er een hek voor zetten en de charme van deze plek dus grondig om zeep helpen, en een verblijf en passant voor de gewone sterveling onbetaalbaar maken. Zondagavond na het eten aan boord van de Mannenmoed betrekt langzaam de lucht. Het is nog steeds aangenaam warm, maar er zit een verandering aan te komen.

Noud en Bram terug van een boodschap.jpg Pinn Mill, de Butt and Oyster.jpg onverklaarbaar bewoond.jpg

ore en alde Maandagmorgen is het zwaarbewolkt. Noud wil graag snel naar Suffolk Yacht Harbour, om een paar kleine boodschappen te doen. Dan kunnen we meteen nog even water laden, want we komen nu een paar dagen niet meer in havens. Onderweg van Pinn Mill naar Suffolk Yacht harbour, een kippeneindje maar, krijgen we een fikse onweersbui over. De haven ligt aan lager wal, daar willen we even niet komen met dertig knopen wind. We houden de boot een tijdje gaande. Zo gebeurt er niets en die bui houdt wel een keer op. Omdat dat langer duurt dan we dachten, pikken we tijdelijk een mooring op tegenover de haveningang. Als we net binnen aan de koffie zitten klinkt het door de marifoon: Heerenleed, Heerenleed, Charisma, over…. Het is Ray, die intussen aan boord is aangekomen, met Teresa en hun jongste zoon Robin. Na een uurtje wordt het weer rustiger en gaan we even naar binnen. Noud doet met Bram de boodschappen, ik tank water, en dan gaan we samen naar de Charisma. Na een vrolijk weerzien met Ray en Robin gaan we om 12.00 uur terug aan boord. We gaan naar het Noorden, de Ore en Alde op naar Aldeburgh. We verwachten dat we alles moeten motoren, want er staat geen aas wind. Eenmaal onderweg komt er een heel leuk zuidoost viertje opzetten, zodat we met zijn drieën met een zesknoopsgangetje naar het Noorden stuiven, tegen de stroom in. Heerenleed houdt het niet helemaal bij, maar Mannenmoed komt van achteraan weer aanpoeieren, passeert ons en haalt daarna Charisma in. Dapper scheepje. Wij hebben als excuus dat we de bijboot slepen, en dat remt behoorlijk. Om kwart over drie zijn we aan de monding van de Ore, volgens Ray iets aan de vroege kant, want er is wat zeegang. Hij gaat het wel proberen. Wij vinden dat tamelijk spannend, maar als hij langzaam verder zeilt met alleen het grootzeil, dan trekken we onze veters aan en gaan hem achterna. Noud had van te voren ook informatie over de aanloop, en die bleek goed te kloppen. Het is verbazend hoe dicht we langs het kiezelstrand moeten om binnen te komen. Eenmaal binnen is het meteen weer vijf meter diep, maar over de bar staat er maar een meter of twee-en-een-half. Dan gaat het motorend (de wind is vrijwel weg en staat nu op kop) langs Orford naar Aldeburgh. Bij Aldeburgh ligt de Alde vol met moorings waar we tussendoor slalommen, maar eenmaal voorbij het stadje draait de rivier weg en dan weer terug naar de andere kant van Aldeburgh. Hier, in Island Reach, is het vrijwel leeg en we ankeren in een meter of vier. We hebben een verrukkelijke maaltijd van de Gammon Steaks die Teresa heeft meegebracht. Wij hebben er zo onze redenen voor dat ze absoluut zelf de kombuis niet in mag (behalve om af te wassen) en daarom toveren Eveline en Noud in de kombuis van de Heerenleed een fantastisch maal voor tien tevoorschijn. Die wordt door Noud nog gauw even afgemaakt met een Chocoladetaart volgens Dominique, zo’n “never fail” recept dat er altijd spannend uitziet. Na het eten aan de koffie-pousse-café breekt er weer een onweersbui los, waardoor we dreigen in “aanvaring” te komen met een kleine Westerley die, kennelijk iets te dichtbij, aan een mooring ligt. We hebben ook wel erg veel ankerketting gestoken, maar we liggen dan ook met drie Nicholsons aan ons ene anker. Het loopt allemaal goed af, en met het ankeralarm aan slapen we uiteindelijk toch gerust. De ‘glorious mud’ zorgt voor uitstekende ankergrond!

onweer boven de Orwell.jpg voor anker in een regenvlaag, Aldeburgh.jpg

aldeburgh We besluiten om ook dinsdag te blijven liggen. Dan kunnen we naar Aldeburgh wandelen en op ons gemak eens rondkijken. Dit zijn voor ons geen riviertjes die we op eigen houtje gemakkelijk zullen verkennen met Heerenleed.
Jammer genoeg begint dinsdag met zware regen. Het zorgt wel voor een heel sfeervol beeld. Een verstilde rivier met een paar slaperige huizen op de achtergrond, onder prachtige oude bomen, en alles overdekt met een grijze sluier. Ook dit is Engeland. Niet zeuren over het weer, maar liever genieten van het schitterende plaatje dat het oplevert. We maken de wandeling naar Aldeburgh. De keerzijde van ‘glorious mud’ die vandaag niet zo glorious is, maar ervoor zorgt dat het meer modderploegen dan wandelen wordt. Uiteindelijk komen we aan het zeefront aan. Een prachtig oud stadje, waarvan de eerste twee straten volgens Ray en Teresa al zijn opgegeten door de zee. We lopen naar het zuidelijke einde, waar de jachtclub is. Er worden wedstrijden gehouden met open bootjes. Teresa vertelt, dat hier de zee weer probeert een doorbraak te maken, en dat de discussie “wel of niet beschermen tegen de zee” in volle gang is. Als de zee doorbreekt, dan hebben de Ore en de Alde weer elk een eigen monding, en heeft Aldeburgh weer een directe toegang tot de zee. Eenmaal terug bij de landing zien we dat ons “ponton kennelijk aan een erg lange ankerketting ligt en “in de war is gekomen” met dezelfde Westerley die we gisteren tijdens het onweer ook al moesten afhouden. We besluiten meteen ankerop te gaan, en achter Havergate Island opnieuw te ankeren om woensdagmorgen om zes uur weg te kunnen. Dan kunnen we om een uur of zeven over de bar, en aansluitend over de Deben bar.

de Alde bij Aldeburgh.jpg Aldeburgh in de regen, toch pittoresk.jpg glorious mud.jpg

deben Zo gezegd, zo gedaan. We zijn al om negen uur over de Deben bar, die ditmaal niet zo lastig is als enkele jaren geleden. We ankeren bij The Rocks. We genieten van een prachtige dag. Aan het eind van de ochtend gaan we met twee bijboten even naar Waldringfield. In plaats van de bekende ‘glorious mud’ hebben we hier een stevig zandstrand, zodat we gemakkelijk aan wal kunnen. Peter en Eveline hebben eigenlijk benzine nodig voor de bijboot, maar die blijkt hier niet verkrijgbaar. Nou ja, misschien hebben we samen nog net genoeg. We besluiten om hier in de Maybush ’s avonds te eten, als het weer een beetje aardig is. Dat is het. In plaats van de bijboten gaan we met z’n tienen met de Mannenmoed. We pikken even een mooring te brengen. We hebben een heel gezellig maal. Als we klaar zijn met eten gaan we weer naar de Mannenmoed. Peter komt op het idee dat hij Woodbridge wil zien. De bijboten worden achter de Mannenmoed geknoopt en we varen leuk een half uurtje stroomopwaarts naar het eind van de Deben. Hier is ook Tidemill Marina en het ziet er naar uit dat dat een leuk plaatsje is. We draaien om en komen net na donker weer bij Heerenleed en Charisma aan. Alweer het eind van een heel geslaagde dag.

over-de-Deben-bar.jpg Waldringfield.jpg in vrolijk gezelschap.JPG

harwich Donderdag moeten we weer op tijd op. We gaan om acht uur weg, om op tijd over de bar te gaan. We hebben dan nog tij mee naar Harwich. De bar is ditmaal minder vriendelijk. Er staat een dikke twintig knoop wind, aanlandig, en er staan gemene kuilen. Toch verloopt de passage, hoewel hobbelig, probleemloos. Als we daarna de genua uitdraaien, dan zien we dat de spanning weer helemaal uit het voorlijk is. Het is net een aardappelzak. We maken veel te veel helling, er komt water uit de gootsteen op het aanrecht, maar even zo goed loopt het schip niet behoorlijk. Het water staat bijna in het stuurboord gangboord. Dan besluiten wij de genua weer in te rollen. De motor gaat weer bij. Zo gaat het iets comfortabeler, hoewel er een misselijke knobbelige zee staat. Te ondiep en lagerwal. Als we Felixstowe dwars hebben wordt het wat rustiger. De genua wordt weer uitgerold, we kunnen wat lager varen en zo gaat het beter. Komen om een uur of half elf aan bij het  De genua wordt weer uitgerold, we kunnen wat lager varen en zo gaat het beter. Komen om een uur of half elf aan bij het gastenponton in Harwich. Het is er wat onrustig. Ray en Teresa gaan verder op de Stour voor anker maar komen later in de middag langzij voor “proper farewells” en dat betekent drank. Na een uur of twee gaan ze weer terug naar de ankerplaats. We hebben het erg leuk gehad samen met hen. Zelf hebben we het plan om morgen naar Ramsgate te gaan, maar het weer wordt wat onzeker en we bekijken het nog wel.
gastenponton in Harwich. Het is er wat onrustig. Ray en Teresa gaan verder op de Stour voor anker maar komen later in de middag langzij voor “proper farewells” en dat betekent drank. Na een uur of twee gaan ze weer terug naar de ankerplaats. We hebben het erg leuk gehad samen met hen. Zelf hebben we het plan om morgen naar Ramsgate te gaan, maar het weer wordt wat onzeker en we bekijken het nog wel.

Harwich, lifeboat museum.jpg half-penny pier.jpg

iets anders doen Als vrijdag (ook nog eens de dertiende) begint met een verwachting met windkracht zes erin, dan besluiten we om leuk een trein of bus te pakken en iets anders te gaan doen. De Piermaster is pas tevreden als we de extra dikke stootwillen die hij ons brengt op de juiste plekken hebben gehangen. Dat maak je niet vaak mee, dat een havenmeester net zo bezorgd is als de booteigenaren. Complimenten, Keith Stacey!. Het wordt Ipswich vandaag. Een leuke stad, die wij een volgende keer misschien per boot wel willen aandoen. Het weer houdt zich redelijk, maar als we weer in de bus terug zitten barst er een kletterbui neer, waarvan we blij zijn dat we die tijdens ons bezoek aan de stad niet hadden. Het weer voor de komende dagen blijft ‘iffy’, dus we moeten even goed bekijken wat we morgen gaan doen.

naar ramsgate De volgende dag lijkt het weer goed genoeg, de windverwachting is noordwest 4-5, krimpend zuidwest 2-3. We roepen Charisma op, en Ray bevestigt het weerbericht, hij heeft het per Navtex binnengekregen. We vertrouwen overigens niet erg op de weerberichten; de verwachting van de dag zelf klopt meestal redelijk, maar de verwachtingen voor de daaropvolgende 24 uur klopt deze zomer vrijwel nooit. We besluiten naar Ramsgate te vertrekken. Als we buiten zijn is de wind noordwest, maar te zwak om iets mee te kunnen. De motor blijft aan. Pas als we voorbij Kentish Knock zijn komt er iets meer wind, maar, je raad het al, intussen gedraaid naar zuidwest zodat we hem vrijwel recht op de neus hebben. We gaan toch zeilen, in het begin gaat het lekker, maar al snel trekt de wind aan en maken we weer wat veel helling. Toch zit hij aanvankelijk rond kracht 5, en daar mogen we niet de helling mee hebben, ook niet aan de wind, die we dit seizoen steeds hebben. De val van de genua, die we dit jaar van staaldraad in kevlar hebben gewijzigd, is denkelijk de boosdoener. We krijgen het voorlijk steeds maar niet op spanning zodat de genua eruit ziet als een zak aardappelen. Daar moeten we dringend iets aan doen, want dit is niet echt comfortabel. Ook de stagen van de grote mast zijn te los komen te staan. Uiteindelijk nemen we een lange slag naar buiten, zodag we Ramsgate iets ruimer kunnen aanlopen. Dan, met een koers eerder bij- dan aan de wind, gaat het veel lekkerder. We lopen 7-7,5 knopen en dat is redelijk goed. Bij de East Brake boei rollen we de genua in en strijken het grootzeil. Het bezaantje laten we graag staan om wat rustiger te liggen. Dan zien we tot onze schrik – en schande – dat het stuurboord achter-onderwant zich heeft losgedraaid. Daar moeten we onmiddellijk iets aan doen, want zo’n fout kan de mast kosten. Gelukkig zijn we bijna binnen. Als we in Ramsgate aankomen is het donker. Er komt een veerboot binnen, en Port Control wordt opgeroepen. We kunnen achter de ferry aan naar binnen. Er zit binnen de havenhoofden een ondiepte, die met een boei gemarkeerd is. We weten niet goed of het een rode of een groene ton is, en we kunnen het ook niet zien. We gokken verkeerd…. We lopen aan de grond op hard zand. Gelukkig staat er een klein beetje zwel, en langzaam maar zeker kunnen we – volle kracht achteruitslaand – Heerenleed weer vlot krijgen. De havenmeester verwijst ons naar een ponton aan de buitenzijde van de noordelijke haven, we weten uit ervaring dat we daar vannacht gaat rollen op de “Ramsgate Swing”, een kreet die we jaren geleden met de Mannenmoed verzonnen hebben als koosnaampje voor een zware zwel die bij hoogwater over de Goodwin Sands loopt en recht de haven inkomt. Ook deze nacht hebben we de Ramsgate Swing, maar we hebben er niet echt last van. Na een late, makkelijke maar heerlijke Kaasfondue aan boord van de Mannenmoed proberen we een plan te maken voor morgen. We zijn te moe en gaan slapen met de gedachte: morgen is eer weer een dag. Maar eigenlijk moeten we naar Oostende, want het weer gaat volgens de verwachtingen de komende dagen verslechteren.

oostende Zondagmorgen is Bram vroeg wakker. Wij worden – gelukkig – ook wakker, want we moeten weg. Het weer is nog goed, het zicht is nog uitstekend dus als we naar Oostende willen, dan is dit ons “weather window”. Ik zet de marifoon aan en vang een weerbericht op van Cross Griz-Nez. Die hebben het over goed zicht, later zwaar bewolkt, mogelijk regen, zicht 2-5 mijl, minder in buien. Actueel zicht in Duinkerken nog 10 mijl. Dus om half acht: Kolen erop. Er staat te weinig wind, en hij zou ruim invallen, dus niet goed genoeg voor de snelheid die we moeten maken. Onze eerste zorg is, nu er nog goed zicht is, over de shipping lanes te komen. De lanes zijn niet erg druk vandaag, en om half twee zijn we op het waypoint een mijl zuidwest van de Ruytingen Noord-boei. Ongeveer op de helft. Het zicht begint nu terug te lopen, naar schatting nog een mijl of vier. De barometer zou van 1018 mB naar 1016 teruglopen vandaag, en dat heeft hij ook gedaan. Het zonnetje op de elektronische barometer is inmiddels vervangen door een wolkje. Morgen zou de barometer kelderen naar 1002. We zullen zien of ze ditmaal gelijk krijgen. Ook voor deze oversteek maken we weer dankbaar gebruik van onze North Sea Passage Pilot. Het is echt een handig boek, met goede routes en goede adviezen over welk tij je op welke plek moet hebben. De aanbevolen route gaat via de boeien Goodwin Knoll, Sandettié West, Sandettié East, een mijl zuidwest van Ruijtingen North, dan naar Dyck 3, Buiten Ratel en dan uit eigen keuze over een paar niet te ondiepe banken rechtstreeks naar de Weststroombank. We zijn dan op de Kleine Rede tussen Nieuwpoort en Oostende, tijd om Robert op te bellen.

Mannenmoed met South Foreland.JPG

robert Voor wie Oostende niet kent: Robert is de havenmeester, en diens – met stentorstem – over de haven gebrulde aanwijzingen kun je maar beter stipt opvolgen, anders heb je een probleem. Om de een of andere reden kunnen wij niet veel kwaad bij hem doen, maar tijdens het telefoontje herkent hij ons niet direct en we hebben er dus niet veel aan. Eenmaal aangekomen in Oostende, om half zeven, zien we hem niet. Noud belt hem per mobieltje op. Het antwoord is weer helemaal Robert: “Blijf maar rustig liggen schatje, uw havenmeestertje komt er al aan” We konden hem horen via de telefoon en tegelijk schallend over de haven. De hele haven draait natuurlijk zijn hoofd in onze richting om te kijken wie daar dan wel binnenkomen…. En vervolgens brult hij over de haven: hoe lang gaat Heerenleed ons met haar aanwezigheid verblijden? We krijgen een box, en de Mannenmoed mag naast ons. Het is niet druk in Oostende. Robert vertelt later er ongeveer een kwart minder bezoekende jachten zijn geweest dit jaar. Oorzaak is het minder goede weer, en een straffe zuidwester aan het begin van het vakantieseizoen. Dan komen er geen Duitsers, en ook minder Nederlanders. ‘s Avonds komt Paul aan boord, een vriend van Stijn. Hij wordt door zijn vader “even” met de auto gebracht, vanuit Friesland. We blijven een dag in Oostende. Bram nodigt ons allemaal uit voor het avondeten in het clubhuis. Garnalenkrotetten zijn hier altijd erg lekker. Maar ook de andere gerechten zijn dit jaar erg goed. Het lijkt wel of er een andere uitbater in het clubhuis zit.

Prima plek dankzij Robert.JPG

veere Op dinsdag gaan we door naar Veere. We moeten eerst even binnen in Blankenberge, want we hebben dringend diesel nodig. In België tanken we legaal rode diesel, scheelt ongeveer de helft met witte, die we in Nederland zouden moeten tanken. Doen we dus maar niet. Het prijsverschil met onze normale clandestiene pomp in Belgisch Putte is nihil, dus we voelen ons niet bekocht: 52 cent per liter. Nadat we de tank tot aan de nek hebben gevuld vertrekken we weer, met een aangenaam viertje bakstagswind naar Vlissingen. We schutten naar binnen en tuffen op ons gemak (dat is ook maar het beste, want ogenschijnlijk doen ze zomaar wat bij de bruggen) naar Veere. Eenmaal buiten de sluis ankeren we in een meter of zeven net ten noordwesten van de haveningang. Zo heb je van alles wat: vrij uitzicht op Veere, het carillon wel hoorbaar maar niet zo hard dat je er wakker van word, en vooral een extra euro’tje of vijfentwintig aan uitgespaard havengeld om in de jachtclub Veere om te zetten in (wat anders?) drank! Het alternatief zou voor Heerenleed zijn: afmeren naast een torenhoge slagroomsoes, waar nauwelijks overheen te klauteren valt, en die, zeker weten, plotseling besluit om voor dag en dauw te vertrekken zodat je – ook zonder de dwang van het getij – in het holst van de nacht je kooi uit moet.

Voor anker bij Veere.jpg

krabbenkreek Wij nemen het er een beetje van, woensdag zo tegen elven vertrekken we. We gaan naar Sint Annaland. Het plan is om ook daar te ankeren, in de Krabbenkreek. Het is de mooiste ankerplek van Zeeland. Maar helaas, het weerbericht is niet goed: zuidwest zeven, met onweer en kans op zware windstoten. Geen goed idee om buiten de haven te blijven. Dan maar naar binnen. We krijgen prima plekken, tegenover elkaar op A en B 5. Het weer lijkt eerst mee te vallen, maar tegen de avond poeiert het 35 knopen. We zijn blij dat we goed liggen. Peter en Eveline nodigen de goegemeente uit voor een diner in het clubhuis van St. Annaland. We weten dat Gina en Bert er een meer dan voortreffelijk maal serveren en de Oosterscheldekreeft is beroemd. We genieten er nog maar eens van, normaal gesproken zou dit onze laatste avond samen moeten zijn van deze reis. Maar we vertrouwen het weer niet, en de vraag is hoe het de Mannenmoed verder zal vergaan op haar thuisreis naar Makkum.
Op donderdagmorgen waait het dat het rookt. Ik weet zeker dat we de Heerenleed niet heelhuids de box uitkrijgen. En die huid was net in september door ons met bloed, zweet, tranen, een massa schuurpapier en heel dure verf net weer helemaal mooi gemaakt. We blijven dus liggen. We krijgen een herkansing voor Oesters rapen en Kokkels verzamelen. De jongeheren Mannenmoed nemen het bijbootje van de Heerenleed en komen met twee volle putsen kokkels terug. Dat wordt spaghetti con le vongole vanavond. En oesters vooraf, want ik heb in een minuut of tien een vijftigtal bij elkaar gesprokkeld. We ontdekken dat we nog zeekraal hebben die Niek met mij van de oevers van de Deben hebben geplukt. Die gaat in een risotto, zodat ons kostje voor vanavond is gekocht. Er komt nog een nieuw Italiaans recept bij: kipfilet gerold in Parmaham, net een slavink, maar dan luxe en veeeeel groter. Het geheel in een soort Aurorasaus, kortom errug lekker weer. Intussen wordt er op de Mannenmoed veel gerekend en nagedacht, het wordt erg kort dag om haar nog op tijd in Friesland te krijgen. Het besluit valt. Mannenmoed gaat samen met Heerenleed naar Steenbergen. Daar blijft ze liggen tot na het Nicholson-weekend op 4 en 5 september. Met twee auto’s krijgen we haar bemanning wel thuis.

bijboot gejat Vrijdagochtend lijkt de wind er wat uit te zijn. We maken ons zo tegen elven maken we ons klaar om te gaan. Het bijbootje van Heerenleed moet nog worden opgeruimd. Helaas zijn anderen ons voor geweest. Het bootje is weg, compleet met motor. Erg jammer. We kijken nog door de Krabbenkreek op te varen naar Sint Philipsland, maar vinden het niet. Ik hoop dat de nieuwe bezitter (niet eigenaar, want dat zijn en blijven wij) ermee verzuipt! Inmiddels is de wind weer aangetrokken naar zo’n 30-35 knoop (voor de leken: dat is een dikke zeven) en het manoeuvreren bij de Krammersluis en later in de sluis van Benedensas kon wel eens erg lastig worden met zoveel wind. Maar alles gaat goed, en tegen half vier lagen we weer op “onze” privé-steiger aan het kanaaltje tussen de Steenbergse Vliet en de haven van Steenbergen. De Mannenmoed wordt leeggehaald en haar inhoud gaat in twee auto’s. Twee en een half uur later leveren we de bemanning van Mannenmoed in Drachten af. Op de terugweg halen we onze twee katten weer op. Die zijn blij dat we weer thuis zijn. Voor ons zal weldra de “ratrace” weer toeslaan. Het zal wel weer wennen, maar zeilen doen we liever.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *